Potosí – Bolivia
El Molino is een vormingscentrum in een klein dorp op zo’n 20 km van Potosí, gelegen in het gelijknamige departement in Bolivia. Potosí claimt de titel van hoogste stad ter wereld (4.090 meter) en dankt zijn ontstaan aan de ontdekking van zilvererts in de Cerro Rico (Rijke Berg) in 1544. In 1545 werd de stad gesticht door de op edelmetalen beluste Spanjaarden onder de naam ‘Villa Imperial de Carlos V’.
Het gebied bestaat vandaag uit het industriële Cerro Rico met de talloze mijningangen en raffinaderijen en uit de koloniale stad. In het centrum is dat koloniale verleden nog duidelijk zichtbaar met het Casa de la Moneda, waar zilveren munten werden geslagen, vele kerken waaronder die van San Lorenzo, verschillende patriciërshuizen en de barrios mitayos, gebieden waar de arbeiders woonden.
In 1987 verklaarde de UNESCO de stad Potosi tot werelderfgoed vanwege zijn rijke historie en de koloniale architectuur.
Geschiedenis
Het zilver uit de Cerro Rico werd massaal naar Spanje verscheept. De inheemse bevolking werd gedwongen in de mijn te werken, zes dagen op zeven. Ook uit Peru en de Atacama-regio in Chili werden mensen richting Potosí gedeporteerd. Naar schatting 8 miljoen inheemse bewoners en Afrikaanse slaven kwamen in de mijnen om. Door de enorme hoeveelheden zilver die werden bovengehaald, groeide de stad in omvang en luister. Omstreeks 1672 was de bevolking naar bijna 200.000 mensen gestegen, ongeveer evenveel als vandaag (214.000 in 2021). Daarmee was ze een van de grootste steden van Latijns-Amerika en kon ze zich meten met Parijs of Londen.
Gedurende de eerste helft van de 19e eeuw zorgden de onafhankelijkheidsoorlogen voor een verval van de stad: veel rijkdommen werden naar Europa verscheept. Bij de onafhankelijkheid in 1825 was de bevolking van Potosi afgenomen tot minder dan 10 000. Tegen die tijd waren ook de mijnen van de Cerro Rico bijna uitgeput. De val van de zilverprijs in het midden van de 19e eeuw, gaf de economie van Potosi de genadeslag. Vervolgens werd tin het belangrijkste exportproduct.
In de jaren 1980 werden alle staatsmijnen gesloten en gingen de mijnwerkers over op een systeem van coöperaties, waarbij mijnwerkers onder zelfbestuur voor een stukloon werken. Er wordt tegenwoordig vooral zink, tin, lood en wat restjes zilver gedolven. De arbeidsomstandigheden zijn nog steeds primitief. Naast de mijnbouw heeft Potosi geen andere industrie. De stad wordt steeds afhankelijker van het toerisme en mijnwerkers verdienen wat bij door toeristen rond te leiden in de mijnen.




