DAG MET EEN ZILVEREN, MAAR OOK EEN DONKER RANDJE
Onze dag startte niet even vroeg als de voorbije dagen, tegen 8u zaten we aan het ontbijt. Vandaag stond een bezoek aan de mijnen van Potosí en de stad zelf op de planning. We vertrokken om 9u met een kleine bus die heel gezellig was. Na drie kwartier kwamen we aan bij de mijnen die zich vlakbij de stad bevonden in een hoge, kale heuvel, de Cerro Rico. Iets wat we opmerkten was dat er veel mensen druk bezig waren, waaronder ook een paar kinderen… Dat was al meteen een steek in het hart voor ons. Hernan en Alan, degenen die onze uitstappen begeleiden, deelden verhalen, de geschiedenis en informatie mee over deze mijnen. Zo legden ze het proces van delven uit. Het proces verliep als volgt: iemand heeft als taak om met een boor een tunnel te maken, waarbij veel stof vrijkomt. Daarna moeten andere mijnwerkers het puin oprapen, sorteren en naar buiten brengen met de mijnkarretjes. Na het harde werk wordt het zilver naar de ingenieurs gebracht die de waarde bepalen. Het is dus heel vermoeiend en ongezond werk, waardoor de levensverwachting van mijnwerkers maar rond de 40 jaar is. De ingenieurs daarentegen hebben het veel makkelijker én verdienen meer geld. Wij vroegen ons dan af waarom zoveel mensen (momenteel 30 000 man!!!) hier toch blijven werken ondanks alle risico’s, waarop Hernan antwoordde dat dit werk de kans op sneller rijk worden vergroot, in tegenstelling tot andere beroepen.
Bolivia werd van de 15de tot de 19de eeuw gekoloniseerd door de Spanjaarden. Vanaf dat zij te weten kwamen dat er een overvloed van zilver in Bolivia te vinden was, begonnen zij de grondstoffen en de inwoners uit te buiten. Dit zorgde onder andere voor een botsing tussen de religies van de Spanjaarden en de inheemse bevolking in de mijnen. Met al het zilver dat al sinds de 15e eeuw uit de mijnen werd gehaald, zou er een brug gemaakt kunnen worden van in Potosí tot in Barcelona. Spijtig genoeg kan je dit ook doen met de botten van alle overleden slaven en mijnwerkers. Al deze informatie was voor iedereen heel pakkend en het bezoek was een eyeopener voor ons. We moeten meer dan gelukkig zijn met wat we hebben, omdat anderen het zo moeilijk hebben dat ze hun leven moeten riskeren voor een maaltijd.
Na het middagmaal in een gezellig restaurantje bezochten we ‘La casa de la Moneda’ oftewel ‘het huis van de munt’. Dit was een museum waarbij we bijleerden over de verwerking van het ontgonnen zilver. Er werd onder meer uitgelegd hoe er van zilvererts een munt werd gemaakt. Wat wij interessant vonden was dat aan het slaan van munten een heel proces vooraf ging. Het was spijtig om te horen hoe de Spanjaarden hier weeral een negatieve rol speelden en veel slavenarbeid inzetten.
Op het einde van onze uitstap naar Potosí kregen we de kans om even te gaan shoppen en een ijsje te eten in de zon, wat de sfeer meteen wat opgewekter maakte. Daarna namen we het openbaar vervoer (de bus) terug naar huis en speelden we gezellig samen spelletjes.
Dit was een leerrijke, maar ook een confronterende dag, aangezien we hebben ingezien hoe moeilijk het voor sommigen is om aan eten te geraken, terwijl wij een uur later onze magen zonder problemen konden vullen om daarna te gaan shoppen. Het contrast tussen de voormiddag en namiddag was zo groot dat velen het er even moeilijk mee hadden. Gelukkig waren we er voor elkaar en vingen we elkaar goed op. Deze inleefreis toont ons aan hoe goed wij het hebben en hoe belangrijk het is dat we anderen in nood helpen.
Amber en Stella












